Die zaal, ze moest weer terug. Maar die zaal. De witte doorzichtige vitrage. De zwarte donkere gordijnen die zo afsteken tegen de witte vitrage. Er hing wel een schilderij. Om het op te vrolijken. Maar ook deze had geen kleur. Het was een tekening, donkere zwarte lijnen van een naakte vrouw, met lichte grijze streepjes. Volgens haar moest dat de schaduw voorstellen. Er staat een tafel. Een grote etenstafel waar wel 12 mensen aan kunnen eten. Ook staat er een bank. Deze draagt een grijze kleur met lichte witte streepjes door de stof. Een klein keukentje maakt de kamer huiselijk. Maar dat is het niet.
Het is een huis waar ze woont, maar het zal nooit thuis zijn.
Liever nam ik haar mee, naar een echt thuis. Maar er is geen weg meer terug. Lachend zit ze op een stoel aan de grote tafel. Zij is één, maar elf missen. Toch spreekt ze woorden uit. Ze voert een gesprek. Met wie is onbekend, maar blijkbaar is het een fijn gesprek. De onbekende persoon vertelt haar verhalen. Zij vertelt op haar beurt ook verhalen. Over vroeger. Maar het is nu. Voor haar althans. Ze geniet. Ze straalt. Ze praat over haar 20-jarige verloofde, met de zeeblauwe ogen. De jongen die net thuis is van de oorlog. Een sterke jongen, met een lieve uitstraling. Ze vertelt vol trots hoe ze elkaar hebben ontmoet. Hoe hij haar hand pakte, en deze kuste. Terwijl ze haar verhaal verteld begint ze te huilen. Ze weet dat hij er niet meer is. Hij heeft een hartaanval gehad, 5 jaar geleden. Ze herrinert zich de begravenis. De witte lelies op zijn donkereiken kist. Zijn witte ingevallen wangen, die ooit mooi vol en rond waren. Haar tranen vallen op zijn handen. Dan wordt ze weggehaald. Ze moet meelopen naar het graf. Hier ziet ze hem niet meer. Alleen een doos hout. Die langzaam de grond in gaat. Afscheid.
Ze gaat vrolijk verder met haar verhaal. Over haar trouwerij, die in het park was. In de lente. Alles stond in bloei. Overal was kleur en iedereen lachte. Haar mooie witte jurk, die zo straalde in de kleuren van de struiken. Zijn mooie zwarte pak met glanzende schoenen. Ze zou het allemaal zo over doen.
De onbekende persoon neemt afscheid, en vertrekt. Weer is ze alleen. Ze kwijnt weg in eenzaamheid. Of misschien zit ze in het verleden. Ik weet het niet. Ik neem afscheid van haar. Ik moet weer terug naar het leven. Ik zeg: "tot ziens" terwijl ik weet dat dit vaarwel is.
Als ik wegloop zie ik haar zitten voor het raam. Wuivend naar mij. Ik zie haar lippen bewegen: "Vaarwel".
Dus zij weet het ook.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten