"Niemand hoeft het te weten."
De woorden die gezegd zijn hebben zich in zijn achterhoofd geprent en zijn geweten blijft zeuren.
"Waarom heb ik het gedaan?" Hij kan het niet begrijpen. Hij had het liever anders gewild. Als het kon had hij het overgedaan en had hij nee gezegd. Maar dat kan niet. Hij kan zijn fout niet goedmaken. Hij weet niet eens zeker of hij dat wil. Het rare van het hele voorval is dat hij ervan genoot. En dat is het laatste wat hij wilde. Hij kon er niet van genieten, hij mocht er niet van genieten. Het was fout. Het mocht niet. Hij probeert het uit zijn geheugen te wissen maar de beelden staan op zijn netvlies gebrand. Hij voelt nog zo de streling. De adem die hem zacht tot rust brengt. Maar vooral de handen die hij over zijn rug heeft gevoeld. Die handen hadden iets speciaals. Iets wat hij nog nooit had gezien. Die handen waren sterk, maar zacht. De handen straalden iets uit. Iets positiefs. Hij kon het alleen nog niet helemaal plaatsen.
"Niemand hoeft het te weten."
Niemand mag het weten! Niemand mag erachter komen! Zo normaal mogelijk doen dus. "Niemand ziet het als ik normaal doe." En zo stapt hij de deur uit en loopt over de stoep. Er ligt minder troep op de stoeptegels, valt hem ineens op. Dit had hij nooit eerder gezien. Hij bekijkt zichzelf in het glas van een winkel. Hij ziet er normaal uit. Niemand kan zien wat er is gebeurd. Hij glimlacht even naar zichzelf en grinnikt in zichzelf als hij de zelfingenomen grijns ziet. Stiekem is hij trots op wat hij heeft bereikt. Op wat hij heeft gedaan. Hij heeft voor elkaar gekregen wat hem nooit eerder is gelukt.Ja. Hij is trots.
Trots op wat hij net gedaan heeft.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten